Het Antwerpse kunstenaarscollectief Timecircus bouwt van alles en overal: op het water, in de lucht en op het land. Met de middelen die voorhanden zijn, maken ze indrukwekkende, beeldende installaties die tot leven komen in interactie met het publiek. Wat opvalt, is hun ultieme gevoel van vrijheid, dat vooral een kwestie is van zelfredzaamheid door inventiviteit. Bram Soli van Timecircus aan het woord.

Het lijkt alsof je de job van je dromen hebt gecreëerd. Vanwaar het idee om je brood te verdienen met allerlei bouwsels?

Aan de Academie van Gent werd ik opgeleid in verschillende disciplines, en dat vond ik super. Ik moest niet één bepaalde richting kiezen: ik kon van alles wat. Met een groep van 18 vrienden zijn we na onze studies negen maanden door Europa gaan toeren. Overal waar we halt hielden, probeerden we met plaatselijke kunstenaars een voorstelling in elkaar te steken. In Praag begonnen we ook echt zelf te bouwen. Daar hebben we de klik gemaakt om theater aan constructie te koppelen.

Was je het toeren beu, en ben je zo terug in Antwerpen beland?

Als collectief doen we niet aan langetermijndenken. We denken in projecten. Vandaar dat we geen structurele subsidies hebben. We dachten gewoon dat het wel fijn kon zijn om in onze thuishaven, samen met vrienden, cafeetje te spelen. Bar Paniek is één grote speeltuin voor ons. Maar van zodra het kriebelt, zijn we weer weg. Te lang op één plek blijven, is dodelijk voor onze creativiteit.

Bar Paniek op het Eilandje in Antwerpen is meer dan een café. Hoe verklaar je het succes?

We zijn altijd open. En het is hier gemoedelijk, dat spreekt mensen aan. Bovendien zijn de prijzen zeer democratisch. Bij elk project weten we op voorhand wat we willen bouwen, en we laten ons daarbij inspireren door het materiaal dat voorhanden is. Veel van het materiaal wordt geschonken, en achter alles wat je ziet, schuilt een verhaal. We houden niet van te afgelikte interieurs. En deze locatie heeft op zich al veel troeven: ruimte, een panoramisch zicht, en veel zon. We roeien met de riemen die we hebben, en dat vind ik een fijne manier van werken.

Deze methodiek is spontaan, autonoom én goedkoop, waardoor je je geld aan andere dingen kan spenderen.

Los van vijzen en bindmiddel, kopen we zelf niks. Werken is voor ons spelen, en als er geld aan te pas komt, haken we af. Ieder van ons is zijn subsidies en artiestenstatuut kwijtgespeeld. Via de inkomsten van de bar, garanderen we onze dagelijkse werking. In de toekomst willen we het restaurantgegeven nog verder uitbreiden, omdat het door de verschillende chefs in ons collectief ook diep in onze organisatie zit verweven.

Trek je voor elk project nieuwe mensen aan?

We komen voortdurend terecht in een nieuwe constellatie. Onze vaste ploeg, waarmee we al 16 jaar werken, bestaat uit 35 man. Maar elk jaar dienen zich nieuwe mensen met een welbepaalde expertise aan. Zo leren we van elkaar en gaan we ambachtelijk en technologisch snel vooruit. En dat is goed.

Is er een structuur binnen jouw organisatie?

Er is amper structuur. Als het woord 'vergaderen' valt, gaat iedereen plots weg. We zijn daar allemaal een beetje allergisch aan. We werken volgens de volgende principes: nooit schulden maken, creatief denken en spelen.


Dit interview werd afgenomen naar aanleiding van Antwerp.Works, het festival rond creatief ondernemen dat plaatsvond eind september 2016. Foto's © Bart Kiggen

Heb je een vraag, een probleem of zoek je een kritisch klankbord voor je creatief project?