Engagement en poëzie gaan hand in hand bij plastisch kunstenaar Philip Aguirre y Otegui. Of het nu om sculpturen, tekeningen, assemblages of collages gaat, in alles wat hij doet, gaat hij op zoek naar schoonheid. De meeste van zijn werken vind je terug in musea voor hedendaagse kunst, in privécollecties of op openbare plaatsen. 

Kunst in de openbare ruimte, hoe gaat dat precies in zijn werk?

Als kunstenaar word je alleen of samen met anderen gevraagd om deel te nemen aan een wedstrijd. Na een selectieprocedure mogen uiteindelijk twee personen een definitief ontwerp uitwerken, waarbij één iemand als winnaar uit de bus komt. De laatste jaren win ik vaak, dus dat is fijn.

Wat maakt een dergelijke opdracht zo bijzonder? Dat kunst plots toegankelijk wordt voor iedereen?

Kunstwerken in de openbare ruimte zijn permanent. En als kunstenaar kan je iets aan de maatschappij toevoegen, wat enorm veel voldoening schept. Het geeft ook een kick om je sculpturen te zien op een openbare plaats in de stad, in een park of in een universiteit. Momenteel werk ik aan een project op de Korenlei in Gent, wat vergelijkbaar is met de Groenplaats in Antwerpen. Het wordt een nuloperatie, waar ik quasi niets aan overhoud. Het is een bewuste keuze, want ik heb een idee in mijn hoofd dat ik per se, en eigenlijk ten koste van mezelf, wil uitvoeren. Als ik iets doe, moet het goed zijn en goed blijven.

Heb je naast grote bronzen beelden ook werk dat toegankelijker is voor een minder vermogend publiek?

Ik stel ook kleinere bronzen beelden, etsen en houtsneden ter beschikking. Deze laatste zijn minstens even waardevol. Zo ben ik zelf gefascineerd door de etsen van Goya en de houtsneden van Frans Masereel. Ik ben ervan overtuigd dat goed werk, hoe bescheiden ook, de tand des tijds kan trotseren en geschiedenis kan maken.

In je werk snijd je zodanig veel disciplines aan, dat je moeilijk vast te pinnen bent als kunstenaar.

En dat is maar goed ook. Ik wil niet dat er één label op mijn werk wordt geplakt. Je hebt kunstenaars die één bepaalde stijl hebben ontwikkeld en zich daar hun hele leven aan houden. Bij mij durft het nogal eens te verspringen. Naast sculpturen maak ik ook schilderijen, etsen, grote installaties en keramiek. Maar als je al mijn werken naast elkaar legt, zie je wel een herkenbare signatuur.

In alles wat ik doe, wil ik vooral mijn eigen verhaal schrijven. Om een voorbeeld te geven: toen kunstenaars naar Berlijn en New York trokken, koos ik bewust voor Afrika. Ik had het gevoel dat ik daar naartoe moest om er projecten op te zetten, wat ik uiteindelijk ook meerdere malen heb gedaan.

Zijn er bepaalde thema’s die jouw voorkeur dragen?

In mijn werk is er altijd een soort van humanisme aanwezig. De mens als figuur boeit me. Nu ben ik meer abstract werk aan het maken, bijna fetisjistisch. Het is mijn vorm van animisme, een écriture automatique, waarbij ik gewoon doorwerk op een vorm zonder dat ik een concreet politiek of geëngageerd thema in mijn hoofd heb. Ik heb ooit rond de vluchtelingenproblematiek gewerkt, en journalisten grijpen daar vaak naar terug. Maar dat is niet het thema dat ik behandel.

Werk je samen met een galerie of doe je alles zelf?

Het is delicaat om te zeggen, maar als kunstenaar moet je echt geluk hebben met het vinden van de juiste galerie die jou vertegenwoordigt. Er zijn veel factoren die bepalen of een samenwerking succesvol is. Zo moet er een persoonlijke en artistieke klik zijn tussen jou en de galerist, en moet zijn of haar netwerk verder reiken dan het jouwe. Een galerie moet meerwaarde bieden en je moet je er ook thuis voelen. In het verleden heb ik samengewerkt met verschillende galeries in Antwerpen, maar nu werk ik opnieuw alleen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik soms wel de back-up van een galerie mis. Onlangs nam ik deel aan de Biënnale van Ierland en als kleine Belg sta je daar tussen al die wereldsterren. Op zo’n moment zou het niet slecht zijn om iemand te hebben die de contacten voor jou legt en onderhoudt.

Wat is jouw advies aan jonge kunstenaars?

Wat je doet, moet je graag doen. Kunst moet echt je passie zijn. Het duurde lang voor ik naam had gemaakt als kunstenaar, wat dat ook mag betekenen, maar ik heb er geen spijt van. Het valt me wel op dat veel jonge kunstenaars meteen in het museum willen hangen en ik weet niet of dat überhaupt nodig is. Je moet geduldig zijn, en je mag zakelijk dan ook weer niet te naïef zijn. Laat je adviseren door oudere kunstenaars en vraag in het begin niet té veel geld voor je werk. Galeriehouders kunnen hun artiesten zodanig hard hypen dat de prijzen de pan uit swingen. Ik zou zeggen: groei rustig mee met je generatie. 


Dit interview werd afgenomen naar aanleiding van Antwerp.Works, het festival rond creatief ondernemen dat plaatsvond eind september 2016. Foto's © Bart Kiggen

Heb je een vraag, een probleem of zoek je een kritisch klankbord voor je creatief project?